BLOGPOST
Waarom wij kiezen voor populatietarwe (en wat ‘t is)
Granen vormen de basis van ons voedselsysteem. We eten vooral veel tarwe: in brood natuurlijk, en in pasta, pannenkoeken, pap, wraps, crackers etc. Dat lijken heel verschillende producten, maar ze worden met dezelfde ingredienten gemaakt: er zit heel weinig variatie in het graan zelf.
Wie langs een tarweveld loopt, ziet eindeloos veel planten die er allemaal hetzelfde uitzien. Ze zijn even hoog, even dik en hebben dezelfde kleur. De natuurlijke variatie in landbouwgewassen is de afgelopen eeuw hard achteruitgegaan. Dat maakt ons voedselsysteem kwetsbaar. Want als één plant niet goed tegen droogte kan, dan kan zijn buurman dat ook niet. En de rest van het veld evenmin.
Het gevaar van mono
Na de Tweede Wereldoorlog werd mechanisatie steeds belangrijker in de landbouw. Bij het gebruik van grote machines is het efficienter als gewassen uniform zijn: als een heel perceel zich hetzelfde gedraagt, kun je een stuk beter sturen op de teelt.
Het resultaat: in de moderne landbouw werken we met een handjevol hoogproductieve rassen. Onder gunstige omstandigheden leveren die enorme opbrengsten. Maar zodra het tegenzit, bijvoorbeeld door een onverwachte ziekte, een plaag of extreem weer, blijkt hoe kwetsbaar ze zijn. Omdat monoculturen uit dezelfde planten bestaan, worden ze ook allemaal getroffen als het misgaat.
Voor boeren die minder afhankelijk willen zijn van kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen is dat lastig. Ze hebben gewassen nodig die van nature weerbaar zijn. Die ook bij tegenslag en klimaatstress nog een redelijke opbrengst geven.
Klimaatadaptatie
Wij zoeken de oplossing in diversiteit. En meer specifiek: in populatietarwe. Het is geen uniform ras, maar een zorgvuldig samengestelde mix van een aantal tarwevariëteiten. Dat betekent dat de planten in 't veld verschillende eigenschappen hebben, waardoor ze kunnen omgaan met uiteenlopende omstandigheden. De ene plant kan moeite hebben met lange droge perioden, een andere plant heeft daar helemaal geen last van. Sommige planten kunnen beter tegen ziektes, andere halen efficiënter voedingsstoffen uit de grond.
De gemiddelde opbrengst per jaar ligt flink wat lager dan bij moderne rassen, soms maar de helft. Omdat niet alle planten onder dezelfde omstandigheden floreren, zal een hectare populatietarwe nooit zoveel opbrengen als een monocultuur in een uitstekend jaar. Maar over meerdere jaren en bij extreme omstandigheden zie je dat het stabieler is. En wat ook mooi is: de populatie past zich aan aan de lokale situatie. Elk jaar selecteren de sterkste planten zich vanzelf. De populatie past zich aan aan een specifieke locatie.
Mariagertoba: Deens succes
De Deense Mariagertoba-populatie van Landsorten is daar een goed voorbeeld van. Plantenkweker Anders Borgen heeft verschillende lijnen gekruist om eigenschappen te krijgen die vergelijkbaar zijn met de befaamde Canadese Manitoba-tarwe: hard, hoog eiwitgehalte, uitstekend om mee te bakken. En het werkt in de praktijk. Deense molenaars zijn regelmatig uitverkocht. De tarwe is resistent tegen echte meeldauw, bruine roest en stuifbrand. De gluten-index ligt op 90-95%, wat betekent dat je sterk, veerkrachtig deeg krijgt.
Ook in Nederland gaat het goed. Wiard Visser teelt Mariagertoba al een paar jaar in het Buijtenland van Rhoon. Molenaars en bakkers zijn enthousiast. Door de lagere opbrengst en de hoge kwaliteit betaalt de afnemer meer, wat de boer een betere prijs oplevert. Ons doel is om te zorgen dat een hectare populatietarwe de boer meer oplevert dan een hectare monotarwe. Zo worden diversiteit en klimaatadaptatie beloont!



graanketen@springtail.eu
BlueCity | Maasboulevard 100 | 3063 NS Rotterdam | The Netherlands
Copyright 2026 © Springtail B.V.